Nieuws

Richtlijnen voor onderhoud (PO) en inspectie (PI-EBI).

De SCIOS heeft duidelijke richtlijnen opgesteld voor inspecties.

Installaties met een gasverbinding (standaard brandstoffen):

  • Installaties met een vermogen van minder dan 100 kW zijn niet verplicht om SCIOS-geinspecteerd te worden; deze vallen onder de CO-wetgeving.
  • Installaties met een vermogen groter dan 100 kW dienen elke vier jaar te worden geïnspecteerd volgens de SCIOS-regelgeving.

Brandstofleidingen:.

Voor installaties groter dan 100 kW is een inspectie elke vier jaar verplicht.

Installaties met een olie aansluiting:

  • Installaties tot 20 kW zijn niet verplicht.
  • Installaties tussen 20 kW en 100 kW moeten om de vier jaar worden geïnspecteerd.
  • Installaties groter dan 100 kW zijn verplicht om elke twee jaar te worden geïnspecteerd, indien olie de hoofdbrandstof is.
  • Voor installaties groter dan 100 kW die olie als noodbrandstof gebruiken, geldt dat zij onder de gasinspectie vallen, met een gedoogperiode van vier jaar.

Brandstofleidingen:

  • Installaties groter dan 100 kW moeten elke twee jaar worden geïnspecteerd (hoofdbrandstof).
  • Voor installaties groter dan 100 kW met olie als noodbrandstof geldt een inspectie om de vier jaar, waarbij deze worden meegenomen in de gasleidinginspectie.

NOx-Meting:.

  • Voor kleine installaties tot 1 MW (1000 kW) is er een eenmalige meetverplichting.
  • Voor middelgrote installaties vanaf 1 MW (1000 kW) is de meetverplichting, afhankelijk van de datum van inbedrijfstelling (IBS), om de drie jaar. De NOx-uitstoot moet minder zijn dan 70 mg bij 3% O2.
  • Voor grote installaties vanaf 20 MW (20.000 kW) geldt een jaarlijkse meetverplichting.

Installaties die voor 20-12-2018 zijn gebouwd, moeten voor 1-1-2030 een NOx-meting ondergaan als het vermogen tussen 1 en 5 MW ligt. Voor installaties tussen 5 MW en 20 MW is een nieuwe meting vereist voor 1-1-2028, en voor installaties groter dan 20 MW voor 1-1-2026.

Als er een NOx-meting uitgevoerd moet worden, vergeet dan niet dat de installatie-eigenaar tenminste twee weken tevoren bevoegd gezag over de meting moet informeren.

Onderhoud aan SCIOS-installaties:.

Het onderhoud dient te geschieden “zoals een goede huisvader betaamt.” Dit onderhoud kan verplicht worden gesteld tijdens een PI-EBI in verband met achterstallig onderhoud en moet binnen veertien dagen worden uitgevoerd. Het is niet verplicht dat de uitvoerende partij gecertificeerd is; de her-inspectie zal bepalen of het onderhoud correct is uitgevoerd. De EBI-er legt in het basisverslag de onderhoudsfrequentie vast, die tijdens de inspectie moet worden gecontroleerd.

Vitotherm heeft in zijn handleiding opgenomen dat jaarlijks onderhoud aan de installatie moet worden uitgevoerd om de kwaliteit en veiligheid te waarborgen.

  • De eerste inspectie (EBI) dient minimaal zes weken na inbedrijfstelling (IBS) te worden uitgevoerd.
  • Inspecties worden elke vier jaar uitgevoerd voor gasgestookte installaties.
  • Inspecties worden elke twee jaar uitgevoerd voor olie gestookte installaties.

Eventuele gebreken dienen binnen veertien dagen volgens BBL te worden hersteld. Dit betreft onderhoud en niet de ingebrekestelling van de installatie na oplevering, evenals openstaande of niet-afgeronde punten.

BBL: Dit betreft de gebouw gebonden installaties (scope 1, 2, 7).

BAL: Dit betreft de niet-gebouw gebonden installaties en alles wat met uitstoot te maken heeft (scope 3, 4, 5, 6, 7).

Standaard brandstoffen: Aardgas, propaangas, butaangas, vergistingsgas, lichte olie, halfzware olie, gasolie, biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214, rie-biomassa en pellets gemaakt uit rie-biomasse, voor zover wordt gestookt in een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 15MW (15.000kW) en het lozen van koelwater met warmtevracht van meer dan 50MW (50.000kW) op  een oppervlaktewaterlichaam, afkomstig van de milieubelastende activiteit stookinstallatie.

Niet- standaard brandstoffen: Alle brandstoffen die niet onder de standaard brandstoffen vallen.

Nieuws

Volg de laatste innovaties.

Lees meer over het laatste nieuws en innovaties in de brandertechniek.

Wanneer een standaardbrander niet meer volstaat

Industriële installaties draaien zelden onder stabiele en voorspelbare omstandigheden. De kwaliteit van biogas fluctueert. Restgassen uit het productieproces moeten soms worden mee verbrand. Emissie-eisen zijn niet alleen Europees bepaald, maar worden ook lokaal aangescherpt. En stilstand is geen optie. 

Wanneer de brandstofsamenstelling varieert, wordt vlamstabiliteit bepalend. Een brander die uitstekend functioneert op aardgas gedraagt zich niet automatisch hetzelfde bij laagcalorisch biogas. Als calorische waarden sterk uiteenlopen, moet stabiliteit vanaf het begin worden meegenomen in het ontwerp. Dat betekent dat verbrandingsruimte, luchtregeling, ontstekingsgedrag en rookgasrecirculatie onderdeel worden van het ontwerptraject. 

Een catalogusbrander gaat uit van voorspelbaarheid. Industriële processen zijn dat zelden. 

In veel projecten vindt eerst overleg plaats met ketelfabrikant of installateur. Welke ketel wordt toegepast, hoe ziet de vuurgang eruit, welke emissiewaarden moeten worden gehaald, hoe zal de installatie worden bedreven en hoe varieert de brandstofkwaliteit in de praktijk. Pas wanneer die parameters helder zijn, kan een branderconfiguratie worden vastgesteld die langdurig betrouwbaar functioneert. 

Wie de brander als los component beschouwt, introduceert risico. De brander is onderdeel van de ketel, de ketel is onderdeel van het proces, en het proces bepaalt de eisen. Alles hangt samen. Wanneer één element wordt gestandaardiseerd terwijl het proces dat niet is, ontstaan er beperkingen. Wij zeggen altijd: de combinatie maakt het resultaat. 

Van automotive naar branders: Vincent Stringa over zijn werk bij Vitotherm

Hoewel verkoop een onderdeel van zijn werk is, draait het volgens Vincent vooral om vertrouwen en langdurige relaties. “Ik ben met klanten in contact om een relatie op te bouwen. Niet zozeer om er direct wat uit te verkopen, maar om vertrouwen te krijgen,” legt hij uit. 

In de industrie is Vitotherm nog relatief onbekend, terwijl het bedrijf in de tuinbouw al jarenlang een gevestigde naam is. Daarom bezoekt Vincent installateurs en industriële bedrijven om uit te leggen wat Vitotherm kan betekenen. Daarbij kijkt hij niet alleen naar producten, maar vooral naar de situatie van de klant. 

Veel bedrijven zitten bijvoorbeeld midden in de energietransitie. Ze willen verduurzamen, maar de investeringen zijn vaak hoog en niet altijd direct haalbaar. In zulke gevallen zoekt Vincent naar praktische oplossingen die klanten tijd geven om stappen te zetten. 

“Dan zeg ik: die €20.000 voor een nieuwe brander weegt niet op tegen de kosten van verduurzamen die soms in de miljoenen lopen,” zegt Vincent. Zo helpt hij klanten om een tussenoplossing te vinden waarmee ze veilig en efficiënt kunnen blijven werken terwijl ze zich voorbereiden op de toekomst. 

“Bij Vitotherm leveren wij geen losse branders, maar een werkende oplossing”

Voor Van Weert is één ding glashelder: een brander is pas waardevol als hij perfect functioneert binnen het grotere geheel. 

“Alles wat verkocht wordt, moet uiteindelijk ook werken. Dáár ben ik verantwoordelijk voor,” begint hij. Met zo’n dertig medewerkers, waarvan het merendeel onder zijn aansturing valt, houdt hij zich bezig met productie, planning, inkoop en dagelijkse aansturing. 

Die verantwoordelijkheid gaat volgens hem veel verder dan alleen het leveren van een product. “Onze klanten hebben geen behoefte aan een machine in een doos,” zegt Van Weert. “Zij hebben warmte nodig, vaak in enorme hoeveelheden. Denk aan miljoenen liters water voor tuinbouw, stoom voor industriële processen of hitte voor asfaltproductie. Onze brander is altijd onderdeel van een groter systeem. Dat systeem moet draaien. Altijd.”